Mentoraat

In het mentoruur (op een vast moment in de week ingeroosterd), dat begeleid wordt door de mentor, wordt aandacht besteed aan de schoolprestaties en de leer- en andere problemen die de leerling kan ervaren. De mentor heeft de zorg voor de sfeer in de klas en bespreekt met de leerlingen alle van belang zijnde voorvallen. Hij/zij bereidt de bijzondere activiteiten voor met de groep. Ook voert de mentor individuele gesprekken met de leerlingen. Ook wanneer alles goed gaat, zullen de mentor en de leerling elkaar vaak zien. Maar bij problemen is de mentor de eerste persoon waar de leerling om hulp kan vragen. Het kan gaan over alle mogelijke problemen: slechte cijfers, moeite met huiswerk, ruzie met medeleerlingen, gepest worden, problemen met een docent, thuis, persoonlijk, enz. De leerling kan de mentor altijd vragen om een afspraak. Natuurlijk kan de mentor ook de leerling voor een gesprek uitnodigen.Ook de ouders kunnen tussentijds contact opnemen met de mentor van hun zoon of dochter. In de brugklassen ligt het accent op het gewennings- en groepsproces. Hier gaat het voornamelijk over het wennen aan de middelbare school waarin de leerling niet de hele week in één lokaal zit en voor ieder vak een andere docent heeft. Brugklasleerlingen groeien in het gevoel van ‘dit is mijn school’.

In het tweede jaar moet aan het einde van het jaar een beslissing genomen worden om drie vakken te laten vallen. Dit betekent dat er al een keuze voor de toekomst wordt gemaakt,  waarbij de ouders nauw betrokken worden.

De begeleiding van het keuzeproces staat in het derde leerjaar centraal. Aan het eind van dit jaar stelt de leerling een vakkenpakket samen van zeven eindexamenvakken en bewegingsonderwijs (die niet mee telt voor de examenuitslag). Eventueel kunnen ze ook een achtste vak kiezen. Vakken kiezen betekent ook een keuze voor latere studie- en beroepsmogelijkheden. Onze begeleiding is erop gericht de leerlingen weloverwogen te laten kiezen in samenspraak met ouders en de decaan. Daarnaast zijn er de gewone mentorzaken zoals prestaties, eventuele problemen en klassenactiviteiten.

Het mentoruur in het vierde leerjaar zal grotendeels gevuld worden met allerlei zaken die met het schoolonderzoek en het examen samenhangen. De aandacht richt zich primair op de individuele leerling. Met name het vierde leerjaar is toch een wat ander jaar in verband met het examen. Zowel leerlingen als ouders hebben met meer spanningen te maken.